De geschiedenis van het  schaken deel 6

In de 2de helft van de 19de eeuw begon een nieuw tijdperk voor de schaakwereld.
Vanaf die tijd werden er namelijk regelmatig grote toernooien internationale gespeeld
Van het eerste, echt grote, toernooi, was Howard Staunton de grote animator.
Ik heb het natuurlijk over het grote toernooi te Londen in 1851.
Het zal ongetwijfeld Staunton’s bedoeling zijn geweest te bewijzen dat hij onbetwist de sterkste schaker ter wereld was. Uiteraard was dat zij goed recht, hij was bereid om de toen bekende volledige wereldtop te bestrijden. Dat plan mislukte, want de winnaar werd de Duitser Adolf Anderssen, Staunton werd slechts vierde.
Vooraf had niemand op Anderssen gerekend. Spelers als Szen, Löwenthal en Wyvill werden als sterkere schakers beschouwd.
 
Na afloop van het toernooi daagde Staunton de Duitser uit tot het spelen van een tweekamp, met een prijzengeld van 1000 pond. Die uitdaging liet Anderssen niet lopen, echter, de tweekamp is er nooit gekomen.
Enerzijds omdat Staunton ziek werd, en anderzijds kon Anderssen zijn vakantie niet eindeloos blijven rekken. Hij had ook nog een fulltime baan als professor in de mathematische vakken, en werd terug verwacht.
Toch heeft Staunton nog datzelfde jaar een match gespeeld, en wel tegen ene Williams die als derde geëindigd was in het toernooi. Op de hem eigen, zelfverzekerde (zeg maar gerust arrogante) wijze, gaf Staunton hem drie punten voorsprong. Niettemin zag het er tegen het einde van de match naar uit dat hij zou gaan winnen, want op een zeker moment stond hij voor met 6-4! Er werd gespeeld om zeven gewonnen partijen, waarbij remises niet werden meegeteld, hij hoefde dus nog maar één overwinning te behalen. Maar vanaf dat moment lieten zijn zenuwen hem danig in de steek.
Williams won drie partijen kort na elkaar en won aldus met 7-6!
Hiermee eindigt Staunton’s inbreng voor wat betreft het internationale topschaak. In de geschiedenisboeken wordt hij nog wel af en toe genoemd, maar schaken deed hij nauwelijks meer.
 
Anderssen ondertussen, werd in zijn woonplaats Belau op feestelijke wijze onthaald. Men nam de eretitel “schaakkeizer”zelfs in de mond. Zijn briljante, tactische stijl sprak wereldwijd velen aan, en mede daardoor ontstond overal een bloeiend schaakleven. Zijn beroemdste partij ooit, is die tegen Kieserietsky, gespeeld in het befaamde toernooi te Londen in 1851. Deze partij wordt ook wel “onsterfelijk”genoemd, of zoals de Duitsers dat noemen”der eeuwig grüne”. Vrijwel iedere schaker heeft deze partij wel eens gezien, maar voor diegenen die hem niet kennen (vooral de jongeren onder ons), laat ik hem hieronder volgen. Al was het alleen maar omdat deze partij in een artikelenreeks over de geschiedenis van het schaken zeker thuishoort.
 
Partij Anderssen – Kieserietsky.
 
Na dat bewuste toernooi in Londen, kwam de schaakwereld een beetje tot rust. Anderssen werd algemeen als sterkste schaker beschouwd, terwijl Staunton zich steeds meer terugtrok uit het wedstrijdschaak.
In Engeland en Frankrijk kwamen nieuwe namen naar voren, zoals respectievelijk Loewenthal en Harrwitz.
Deze rust bleek maar betrekkelijk, want van zeer tijdelijke aard. In de zomer van 1858 stak de pas 20-jarige Amerikaan Paul Morphy de Atlantische oceaan over en slaagde er in om het volgende halve jaar de hele schaakwereld in koortsachtige opwinding te brengen. Hij had tegen het eind van 1857 met groot vertoon van macht een sterk bezet toernooi in New York gewonnen. (Over)moedig geworden door dit succes werd onmiddellijk Staunton tot een tweekamp uitgedaagd. De Brit wilde echter niet naar Amerika komen, dus daarom kwam Morphy zelf maar naar Engeland.
Hij wilde in het hol van de leeuw de strijd aanbinden met de sterkste schakers ter wereld. Tegen Staunton heeft hij echter nooit gespeeld, maar wel versloeg hij, de op dat moment sterkste Brit, Loewenthal overtuigend. Toen in Engeland geen eer meer viel te behalen, stak hij het Kanaal over om in Parijs de sterkste Fransen te bestrijden.
Even leek het erop dat de jonge Amerikaan zijn meerdre had gevonden, want Harrwitz won in een match de eerste twee partijen. Maar toen, na een paar remises, won hij vijf partijen achter elkaar, zodat hij ook deze match overtuigend won.
 
Niemand scheen dus tegen zijn flitsende combinatiespel opgewassen te zijn. Niemand? Ook Anderssen, door zijn landgenoten schaakkeizer genoemd, niet? Als er iemand bij machte was de Amerikaan te stoppen, was hij het wel.
In allerijl werd een tweekamp tot stand gebracht, en al in december van 1858 speelden zij een match in Parijs.
Maar ook Anderssen bleek niet bestand tegen het jonge fenomeen. De match werd met 8 – 3 door Morphy gewonnen. Maar ook in een reeks vrije partijen bleek de Duitser niet opgewassen tegen de Amerikaan.
 
Even snel als hij verscheen, verdween Morphy ook weer van het toneel. Velen waren van mening dat de voortdurende spanningen achter het schaakbord, alsook de diverse blindseances die hij gaf, teveel van zijn krachten hebben gevergd.
Zeker is in elk geval, dat zijn verdere levensloop bijzonder tragisch is geweest. Hij werd mensenschuw en leed aan paranoia. Na 1869 speelde hij geen partij meer.
Hij overleed uiteindelijk in 1884.
 
Van Paul Morphy zijn ca. 400 partijen bewaard gebleven, voor velen heden ten dage nog steeds het neusje van de zalm.
Zijn briljante stijl sprak de massa aan. Zijn successen waren toen nog een mysterie, maar vele jaren later werden zij opgehelderd door Steinitz, maar daarover later meer. Ik besluit deze aflevering met twee partijen van Paul Morphy. De eerste is een van zijn bekendste. De tweede is iets minder bekend, maar zeker de moeite van het naspelen waard, al was het maar omdat de tegenstander een van de sterkste spelers van zijn tijd was.Veel lees- en (na)speelplezier.
 
Partijen van Paul Morphy 1 en 2.
 
Gerrit van Oostrum.