De geschiedenis van het  schaken deel5

Sorry voor het lange oponthoud, maar hier is dan eindelijk de vijfde aflevering van de geschiedenis van het schaken.
We waren gebleven bij de twee grote concurrenten uit de dertiger jaren van de negentiende eeuw.
Ja, die twee kemphanen; Labourdonnais en Macdonnel, hebben in totaal zes grote tweekampen gespeeld.
Dat gebeurde in de jaren 1834 en 1835, het leek wel of ze haast hadden.
Dat klopte ook wel, want de serie werd plotseling afgebroken.
Men had reeds overeenstemming bereikt om een zevende match te spelen, toen Macdonnel in september 1835 vrij onverwacht kwam te overlijden.
Hij is slechts 37 jaar geworden….
Daarmee was de leiding in de schaakwereld ogenschijnlijk in het voordeel van Frankrijk beslecht. Het zou echter precies andersom uitpakken.
In Frankrijk werd het namelijk steeds moeilijker om als schaker in het levensonderhoud te voorzien.
Uitgerekend Labourdonnais ondervond dit aan den lijve.
Aan het begin van zijn loopbaan als professionele schaker woonde hij in een slot in St. Malo, omgeven door een schare bedienden en in het bezit van enkele rijtuigen.
Nauwelijks veertien (14) jaar later, vluchtte hij uit armoede naar Londen.
Hij leefde daar samen met zijn vrouw op een zolderkamertje, onder de slechts denkbare omstandigheden.
Het kwam zover dat ze het weinige meubilair dat hen nog restte moesten verbranden om zich te verwarmen. Er dreigde zelfs uitzetting uit hun kamertje, omdat ze de huur niet meer konden opbrengen.
Engelse schaakvrienden hebben toen ingegrepen, maar het was al te laat om het leven van de Fransman nog te redden.
Hij stierf op 13 december 1840, en werd op hetzelfde kerkhof begraven waar slechts vijf jaar eerder zijn grootste rivaal Macdonnel ter aarde werd besteld.

Ondertussen waren zowel in Frankrijk als in Engeland nieuwe namen op de voorgrond getreden..
In Frankrijk was dat Saint Amant, en in Engeland Staunton.
Reeds in 1843 speelden de twee sterkste spelers van hun land in Londen tegen elkaar, waarbij de Fransman nipt won met 3½-2½.
Dit was slechts het voorspel, want nog in datzelfde jaar speelden zij weer tegen elkaar, nu in Parijs. Deze keer ging het over 21 partijen.
Nu bleek Staunton over de langste adem te beschikken; hij won met 13 – 8.
Daarmee was Frankrijk definitief van de troon gestoten, want tot op heden is Frankrijk nooit meer toonaangevend geweest.
Tegenwoordig beschikken zij weliswaar over spelers als Lautier en Bacrot, maar achter deze twee gaapt wederom een flinke kloof.
Beide spelers, Staunton en Saint Amant, zijn nooit erg populair geweest.
Dat lag in hoofdzaak aan henzelf, want in de door hen gepubliceerde partij-analyses schroomden zij niet om tegenstanders op allerlei manieren te beledigen..
Voorbeeld:
In 1848 speelde Staunton een tweekamp tegen Loewe, die hij met 5 – 2 verloor.
Dat zegt op zich niet eens zoveel over de werkelijke krachtsverhoudingen, want hij gaf de Duitser een pion en twee zetten voor.
Vooraf had Staunton de tweekamp uitvoerig aangekondigd in zijn eigen tijdschrift, en bracht ook de eerste partijen.
Echter, toen de tweekamp een voor hem ongunstig verloop kreeg, schreef hij er niets meer over.
Wat hij wél deed, was het beantwoorden van (zelf geschreven) brieven.
Dat ging bijvoorbeeld aldus: “Loewe is een Duitse schaker die zich in Londen heeft gevestigd. Hij is beslist zwakker dan de meeste spelers, want Staunton geeft hem een pion en twee zetten voor”.
Dit soort schrijfsels heeft Staunton veel vijanden bezorgd.
Aan de andere kant heeft hij zijn hele leven talrijke vrienden en bewonderaars gehad.
Ook heden ten dage leeft zijn naam nog voort, denk maar aan het type schaakstuk waar nog altijd mee wordt gespeeld..
Ik laat hieronder een partij volgen uit zijn beroemde tweekamp tegen Saint Amant, gespeeld te Parijs in 1843. Het betreft de eerste partij.

Wit: PCF de Saint Amant

Zwart: H Staunton.

1. e4 c5 2 f4 e6 3. Pf3 Pc6 4. c3 d5 5. e5

De opening is een stelling die ook kan ontstaan door de zetvolgorde van de Franse doorschuifvariant te spelen:
1 e4 e6 2 d4 d5 3 e5 c5 4 c3 Pc6 5 f4.

5 … Ph6 6 Pa3 Le7 7 Pc2 f5 8 d4 0-0 9 Le2 Ld7 10 0-0 Tc8 11 Kh1 cxd4 12 cxd4 Pf7

Beide spelers hebben een strategisch plan : Zwart wil g7-g5 spelen, wit daarentegen g2-g4.
Het verschil is alleen dat het zwarte plan aangepast is aan de stelling en het witte niet. Daar komen dus problemen van.

13 Tg1 Kh8 14 g4 fxg4 15 Txg4 Ph6!

Nu het belangrijke veld f5 is vrijgekomen, keert het paard terug.

16 Tg3 Le8 17 Ld3 Lh5 18 Dg1 Lh4 !

Een krachtige zet ! Op 19 Th3, volgt nu 19 .. Lg4! 20 Pxh4 Lxh3

19 Pxh4 Dxh4 20 Pe1 Pb4 21 Ld2

Na 21 Lf1 is 21 .. Txc1 22 Txc1 Dxf4 vrijwel beslissend.

21 … Pxd3 22 Txd3 Lg6 23 Dg3 Dh5 24 Tb3 De2!

25 De3

Het is volkomen uit. Op 25 Dg2 volgt 25 .. Le4 26 Pf3 Dxg2 27 Kxg2 Tc2

28 Td1 Pf5. Wit kan zich de rest beter besparen, maar de Fransman besluit de beker tot de laatste druppel leeg te drinken.

25 … Df1+ 26 Dg1 Le4+ 27 Tf3 Lxf3+ 28 Pxf3 Dxf3+ 29 Dg2 Dxg2 30 Kxg2 Tc2 31 Td1 Txf4 32 Kg3 Txd4 33 Lxh6 Txd1

En wit gaf eindelijk op.

In deel zes ga ik verder met het beroemde toernooi in Londen, in 1851, en wellicht de snelle opkomst én ondergang van Paul Morphy.
Voor nu, veel lees-en naspeelplezier.

Gerit van Oostrum