|
De
geschiedenis van het schaken (deel 4) |
| De vorige aflevering
besloot ik met het overlijden van Philidor in 1795. Het beroemde schaakcafé de la Régence kreeg nu een ander soort bezoekers, onder andere Robespierre. Onder die nieuwe bezoekers was een kleine luitenant, die fanatiek de ene na de andere miniveldslag uitvocht. Het was niemand minder dan Napoleon Bonaparte! Het tafeltje waarop hij altijd speelde is bewaard gebleven, en is heden ten dage een museumstuk geworden. Het schijnt zo te zijn gewest dat Napoleon tijdens al zijn veldtochten een schaakspel meenam. Hij speelde dan tegen zijn adjudanten en generaals, maar speciaal tegen zijn zwager Murat. De toenmalige koning van Holland, zijn broer Lodewijk, maar ook maarschalk Ney waren vaak zijn tegenstanders. Zelfs onder de hofdames van keizerin Josephine waren enkele schaakspeelsters, waarvan Madame de Rémusat de bekendste was. In zijn laatste levensdagen, op het eiland St. Helena, was het schaken voor hem een grote troost. Hij speelde soms dagenlang met generaal Bertrand, zijn enig overgebleven getrouwe. Van de door Napoleon gespeelde partijen zijn er slechts twee bewaard gebleven, waarvan met zekerheid gezegd kan worden dat hij ze zelf heeft gespeeld. Ik laat ze hieronder volgen. |
|
| Wit: Napoleon Bonaparte Zwart: Madame de Rémusat |
|
| 1. Pc3 e5 | 2. Pf3 d6 |
| 3. e4 f5 | 4. h3 fxe4 |
| 5. Pxe4 Pc6 | 6. Pg5 d5? |
| 7. Dh5+ g6 | 8. Df3 Ph6? |
| Juist was hier 8. De7. | |
| 9. Pf6+ Ke7 | 10. Pxd5+ Kd6 |
| 11. Pe4+! | |
| Het achtervolgen van een verslagen vijand was een van Napoleons sterke punten . | |
| 11. .. Kxd5 | |
| 12. Lc4+ Kxc4 | 13. Db3+ Kd4 |
| 14. Dd3 mat. | |
| Een aardige slotstelling. Een diagram waard. | |
![]() |
| In de tweede partij krijgt hij wat meer tegenstand. | |
| Wit: Napoleon
Bonaparte. Zwart: Generaal Bertrand. |
| 1. Pf3 Pc6 | 2. e4 e5 |
| 3. d4 Pxd4 | 4. Pxd4 exd4 |
| 5. Lc4 Lc5 | 6. C3 De7 |
| 7. 0-0 De5? | 8. f4! |
![]() |
| Een verrassende combinatie, die laat zien dat Napoleon tactisch een gevaarlijke tegenstander was. |
| 8. . Dxc3 | 9. Kh1 cxb2 |
| 10. Lxf7+ Kd8 | 11. fxe5 bxa1 D |
| 12. Lxg8 Le7 | 13. Db3 a5 |
| Nu volgt opnieuw een
mooie combinatie, beter was 13.
Dxe5, waarop echter 14 Lb2 Dg5 15 Df7 Lf6 16 Txf6! eveneens in wits voordeel uitvalt. |
| 14. Tf8+! Lxf8 | 15. Lg5+ Le7 |
| 16. Lxe7 Kxe7 | 17. Df7+ Kd8 |
| 18. Df8 mat. |
| In Napoleons tijd waren het duidelijk
de Fransen die, ook op het schaakbord, de toon aangaven. Na de Franse overwinning op de Pruisen, kwam er een éénarmige Franse generaal naar Berlijn, die zo overtuigd was van zijn superioriteit, dat hij alle Duitse spelers uitdaagde tegen hem te spelen. Hij wilde iedereen een volle toren voorgeven, en eiste daarbij een inzet van 2000 franc! Geen enkele Duitser reageerde! Deze generaal was Alexander Louis Honoré Lebreton Deschapelles. Hij was zo overtuigd van zijn kunnen, dat hij uitsluitend met voorgift wilde spelen. |
|
| Enkele jaren later richtte hij een
soortgelijke uitdaging aan de Engelsen, alleen vond hij blijkbaar een toren
wat veel. Hij bood hun een pion en een zet als voorgift aan. Maar nu gebeurde er iets waar hij helemaal geen rekening mee had gehouden, want die brutale Engelsen namen zijn aanbod aan!! Vanaf dat moment had Deschapelles niet zo'n trek meer, en hij probeerde dan ook allerlei trucs te bedenken om zich op tactische wijze terug te trekken. Maar de Engelsen lieten niet los, en toen Deschapelles niet bereid bleek om naar Londen te komen, kwamen zij naar Parijs! De bekendste van hen was Lewis (voornaam onbekend), en hij werd vergezeld door een beloftevolle leerling van hem, namelijk Cochrane. Ook Deschapelles liet zich seconderen door een leerling van hemzelf, namelijk Labourdonnais. De heren hebben slechts drie partijen tegen elkaar gespeeld, waarbij Deschapelles een pion en een zet voorgaf. Lewis won er één, de andere twee partijen eindigden in remise. Blijkbaar had Deschapelles weinig van dit verlies geleerd, want later speelde hij een driekamp tegen de beide leerlingen, Cochrane en Labourdonnais. Hij meende hen een pion en zelfs twee (!) zetten voor te kunnen geven. Door beide jongelingen werd hij vreselijk verslagen. Labourdonnais won zelfs alle zeven gespeelde partijen van hem! Pas drie jaar later was hij in staat toe te geven dat zijn tijd voorbij was. Hij verklaarde daarbij dat Labourdonnais zijn opvolger was als sterkste schaker ter wereld. Deze wilde dat maar wat graag bewijzen, en trok in 1824 naar Londen. Alle toen bekende sterke schakers werden door hem verslagen, en hij keerde dan ook terug als onbetwist sterkste speler van zijn tijd. |
|
| In de volgende jaren ontwikkelde
zich in Engeland een nieuw talent, die zich sluipend tot sterkste schaker
van het koninkrijk ontwikkelde. Zijn naam was Macdonnel, van voren Alexander. Toen Labourdonnais in 1834 opnieuw de oversteek naar Londen waagde, was Macdonnel klaar voor hem. In de jaren 1834 en 1835 hebben de beide spelers zes matches tegen elkaar gespeeld van in totaal 88 partijen! Nadien is dit aantal partijen in matches alleen geëvenaard én overtroffen door Kasparov en Karpov in onze tijd. Labourdonnais bleek over het algemeen de sterkste van de twee te zijn. Hij won 44 partijen, verloor er 30 en speelde de overige 14 remise. Schaakklokken waren in die tijd nog onbekend, zodat de partijen vaak erg lang duurden. Hun conversatie was daarentegen erg kort. Labourdonnais sprak geen woord Engels, en Macdonnel geen woord Frans! |
|
| Hieronder volgt één, niet de beroemdste(maar zeker de moeite waard), van de vele partijen tussen de beide heren. | |
| Wit: L.C.M Labourdonnais Zwart: A Macdonnel |
|
| 1. d4 d5 | 2. c4 cxd4 |
| 3. e3 e5! | |
| Geldt ook nu nog als een goede voortzetting, zo niet de sterkste. | |
| 4. Lxc4 exd4 | 5. exd4 Pf6 |
| 6. Pc3 Le7 | 7. Pf3 0-0 |
| 8. h3 Pbd7 | 9. Le3 Pb6 |
| 10. Lb3 c6 | 11. 0-0 Pfd5 |
| 12. De2 f5? | |
| Een voorbarige aanval. Beter was onder andere 12. Lf5 | |
| 13. Pe5 f4 | 14. Ld2 g5 |
| 15. Tae1 Kg7 | 16. Pxd5 Pxd5 |
![]() |
| 17. Pxc6! | |
| Een eenvoudige, maar beslissende, combinatie. | |
| 17. bxc6 | |
| 18. Lxd5 Dxd5 | 19. Dxe7+ Tf7 |
| 20. Db4 Lf5 | 21. Te5 Dd7 |
| 22. d5! | |
| Een fraai pionoffer waardoor wit de wegen vrijmaakt die leiden naar de vijandelijke koning. | |
| 22. cxd5 | |
| 23. Dd4 Kh6 | 24. h4! |
| De pion fungeert als breekijzer. | |
| 24. Le6 | |
| 25. Tfe1 Tae8 | 26. Txg5 Tf8 |
| 27. De5 Lg4 | 28. Th5+ Lxh5 |
| 29. Dg5 mat. | |
| Men was reeds tot overeenstemming
gekomen om een zevende match te spelen. Maar aan de reeks tweekampen in de jaren 1834 en 1835 kwam een abrupt einde. In september 1835 overleed Alexander Macdonnel, slechts 37 jaar oud. Daarmee kwam de strijd tussen Engeland en Frankrijk tot een (voorlopig) einde. Frankrijk bleef vooralsnog het sterkste schaakland, dacht een ieder. Dat, en hoe, het anders zou lopen, dat vertel ik u de volgende keer. |
|
|
GvO
|
|