|
De geschiedenis van
het schaken (deel 2) |
In het eerste deel
heb ik uiteengezet hoe men tot ca. 1200 met het schaken omging en hoe de regels
toen waren.
Men legde elkaar problemen
voor. Wie de goede oplossing niet kon vinden, moest betalen.
Ook in een normale
partij schaak nam men vaak de dobbelstenen ter hand.
Uiteraard waren er
genoeg goede spelers die de partijen die ze speelden op eigen speelkracht
wilden beslissen.
Na het boek over schaken
waar ik de vorige aflevering over sprak, heeft een monnik, genaamd Jacobus
Cessoles, omstreeks 1300 ook een schaakboek geschreven.
Dit boek bevatte, naast
de beginselen van het schaken en tal van eindspelen, ook een aantal preken,
die voornamelijk ten doel hadden het dobbelen tegen te gaan.
Velen, vooral de hogere
geestelijken, zagen het schaken in die tijd als gokspel.
(Als je de partijen
die de gemiddelde schaker, en zeker ook de Heerhugowaarders voor de externe
competitie spelen bekijkt, is het nog steeds een gokspel!)
Tegen 1500 kwamen de
boeken van Fransesco Vincent, dat honderd eindspelen bevatte, en van Lucena,
dat ook een aantal eindspelen behandelde.
In de loop van de 16de
eeuw is het schaakspel gemoderniseerd en kreeg het de vorm die het heden ten
dage nog heeft. Ook de spelregels
werden aangepast, en ook die gebruiken we nu nog.
De Spaanse koning Philips
de tweede schijnt een verwoed schaker te zijn geweest, al kon hij niet zo
goed tegen zijn verlies.
Als je een partij van
hem won, was verbanning van het hof wel het minst erge wat je kon gebeuren.
Een gunsteling van
de koning, de geestelijke Ruy Lopez, heeft een boek geschreven over de vernieuwde
regels.
In de Slavische landen,
maar ook in Engeland, is het Spaans naar hem vernoemd.
Hij schijnt, tijdens
een bezoek aan Rome, een van de strekste schakers van die tijd te hebben verslagen,
nl. Leonardo di Cutri.
Deze werd vanwege zijn
geringe postuur Il Puttino genoemd, dat "de kleine" betekend.
Omstreeks diezelfde
tijd, of enige jaren eerder, versloeg hij ook Paolo Boi, een andere sterke
schaker uit die tijd.
Een paar jaar na deze
wapenfeiten kwamen beide schakers naar Madrid, en niet om sangria te drinken!
Dat was in het jaar
1575 en het treffen tussen deze drie is daarmee waarschijnlijk het eerste
schaaktoernooi dat ooit gehouden is. Ruy
Lopez werd overigens door beiden verslagen.
Paolo Boi bleek de
sterkste van de drie en wordt daarmee als sterkste schaker van de 16de
eeuw beschouwd.
Van hem is bekend dat
hij meerdere partijen tegelijk blind kon spelen.
In de 17de
eeuw raakte Spanje wat uit beeld, en kwam Italië in naar voren.
Het boegbeeld van het
Italiaanse schaken in die dagen was Gioachino Greco.
In zijn korte leven,
hij werd slechts 34 jaar, bracht hij veel tot stand.
Reeds op 19-jarige
leeftijd schreef hij een schaakboek dat bijna twee eeuwen lang toonaangevend
is gebleven.
Al snel was hij véél
te sterk voor zijn landgenoten en hij vertrok naar Parijs.
Daar versloeg hij alles
en iedereen die schaakte, en hij won daar een vermogen mee.
Van dat geld heeft
hij weinig plezier beleefd, want onderweg naar Londen werd hij door struikrovers
overvallen.
Die ontnamen hem al
zijn geld en andere bezittingen, en ook bijna zijn leven!
Eenmaal in Londen,
waar hij dus toch aangekomen was, en later wéér in Parijs, verzamelde hij
opnieuw een vermogen, grotendeels door schaken.
Tenslotte trok hij,
via Spanje, naar West-Indië. Daar is hij in 1634 overleden.
Aan het boek dat hij
heeft geschreven is de volgende partij ontleend.
Het is mogelijk dat
het alleen maar een analyse is geweest, maar dan wel een zeer goede! Oordeelt u zelf.
Wit : G. Greco
Zwart : N.N.
1. e4 e5
2. Pf3 Pc6
3. Lc4
En zo begrijpt u ook
meteen waar de naam Italiaans voor deze opening vandaan komt.
3. … Lc5 4. c3
Pf6
5. d4 exd4 6. cxd4 Lb4+
7. Pc3 Pxe4 8. 0-0 Pxc3
9. bxc3 Lxc3 10. Db3!?
Pas in de jaren vijftig
van de twintigste eeuw is men er achter gekomen dat de zet 10. La3!! Sterker
is.
10. … Lxd4?
In deze stelling is
d5 geboden!
11. Lxf7+
Kf8 12. Lg5 Lf6
13. Tae1 Pe7
14. Lh5! Pg6 15. Pe5! Pxe5
16. Txe5 g6 17. Lh6+ Lg7
18. Tf5+!
Ke7 19. Te1+ Le5
20. T1xe5 Kd6 21. Dd5
mat!
De slotstelling is
een diagram waard.
Hiermee eindig voor
deze keer.
Het zou leuk zijn als
u, als lezer van deze stukjes, een reactie zou geven.
Voor kritiek, al dan
niet opbouwend, sta ik uiteraard open.
De volgende aflevering
zal ik de periode na Greco behandelen, en wel tot en met de grote Philidor.
GvO