De geschiedenis van het  schaken (deel 1)

 

Voordat ik in Heerhugowaard kwam spelen, speelde ik bij het Alkmaarse VVV.

Ik had daar een rubriek in het clubblad over de geschiedenis van het schaken.

De reacties waren overwegend positief.

Ik heb het plan opgevat iets dergelijks op te zetten voor de website, uiteraard anders en, naar ik hoop, beter dan toen.  De moeilijkheid is eigenlijk waar te beginnen en hoe er een eigen gezicht aan te geven.

 

Over het ontstaan  van het schaken zijn veel verhalen in omloop, sommigen beweren zelfs dat Adam en Eva al geschaakt zouden hebben!

Wie de uitvinder(ster) is weet niemand en ook niet waar dat gebeurde.

Zeker is wel dat het spel al in de 7de eeuw gespeeld werd in India en toen bekend was onder de naam Tschaturanga.

Er is in Nederland tenminste één schaakvereniging die deze naam draagt.

 

Eén anekdote over hoe het schaken zou zijn ontstaan wil ik u niet onthouden.

Er was eens een zekere sultan die op een dag zijn huis-uitvinder opdracht gaf een spel te bedenken dat door iedereen gespeeld zou kunnen worden.

Als hij iets goeds zou bedenken mocht hij zijn eigen beloning kiezen.

Afijn, na een tijdje kwam de man met een spel op de proppen, dat bij de sultan bijzonder in de smaak viel. Hij mocht dan ook zijn beloning kiezen.

Deze sprak toen: " Ik vraag slechts rijst heer. Leg op het eerste veld één rijstkorrel, op het tweede twee, op het derde vier, op het vierde acht, enzovoorts".

Het speelveld had volgens de overlevering ook toen al 64 velden.

 

De goede man heeft zijn beloning nooit ontvangen, want zoveel rijst was er op de hele wereld niet te krijgen!

In plaats daarvan werd hij onthoofd!

Waar of niet waar, het blijft een aardig verhaal.

 

Rond die tijd zag het spel er heel anders uit dan nu.  Het was een krijgsspel met stukken die o.a. olifanten en voetvolk voorstelden.

In de achtste eeuw werd er ook in Arabië geschaakt . Van daaruit heeft het zich verspreid over Europa via Spanje en Italië.

In die beginjaren was het schaken, zoals vrijwel alle spelen uit die tijd, een gokspel.

Het duurde dan ook niet lang voordat het in verschillende landen werd verboden.

In het jaar 1000 verbood, als eerste, kalief Hakun van Cairo het spel.

 

De bisschop van Florence maakte er een gewoonte van om 's avonds in een herberg tegen verschillende gasten te schaken, maar werd door kardinaal Damiani op de vingers getikt.

Hij wees de bisschop er op dat het onder de dobbelspelen viel en legde hem een zware boete op.

De bisschop moest de Psalmen drie maal aandachtig overlezen en twaalf armlastigen de voeten wassen en hun goudstukken geven.

Dat gebeurde rond de jaarwisseling van 1061 en 1062.

 

Dit soort maatregelen konden de verbreiding van het schaken echter niet tegenhouden.

Dit bleek heel duidelijk toen koning Alfonso de 10de van Spanje de opdracht gaf een handboek over schaken samen te stellen.

Dat handboek was gereed in 1283.

De stelling op de volgende pagina komt uit dat boek.

De opgave luidt: Wit begint en wint.

 

     

 

Voor u zich hierop stort, moet ik u wel meedelen dat de loop van de stukken enigszins anders was dan heden ten dage.  Zo mocht de dame alleen diagonaal gaan, maar wel slechts met één veld tegelijk.

Ook de lopers bestreken de diagonalen, maar zij moesten steeds één veld overslaan.

De loper op h6 bestreek dus niet g5 en g7, maar wél f4 en f8.

De oplossing ging als volgt:

1. Th7+  Kg8               2. Tg7+  Kf8

3. Tf7+  Ke8                4. Pd6+  Kd8

5. Td7+  Kxd7 6.Ta7+  Tb7

7. Txb7+  Kd8 8. Pgf7 mat.

 

Wie de enig juiste zet (n.l 4 Pd6+) niet vond, moest betalen, en wie door 4 Te7+ Kd8  5 Pf7+ eeuwig schaak hield, moest eveneens betalen. Daarom is de opgave later gewijzigd tot:

Wit geeft mat in acht zetten.   Tot zover aflevering één.

De volgende keer ga ik in op het schaken in de middeleeuwen, toen het spel de vorm kreeg die het heden ten dage nog heeft.

 

Gerrit van Oostrum